Top

Het verhaal van de fiets

“Amsterdam en New York hebben veel met elkaar gemeen,” zegt mijn vriend T. We zitten op het terras van Sea Witch in Green Wood Heights, een wijk in opkomst nu Park Slope steeds duurder begint te worden. Maar ‘in opkomst’ betekent in NYC vaak dat de hippe plekken goed verborgen liggen tussen vervallen panden, dubieuze kroegen en drukke verkeersaders. De Sea Witch is ook zo’n oase, die op het eerste gezicht niets bijzonders lijkt. Als je binnenkomt, hangen wat mannen aan de toog, hun arm beschermend om een pint bier geslagen. Maar als je doorloopt naar achter vind je een ommuurde tuin met een vijver vol vissen, een ruisende waterval onder een indrukwekkende kastanjeboom en grote picknicktafels met daarop flakkerend kaarslicht. Hier zitten de hipsters.

“Hoe lijken NYC en Amsterdam dan op elkaar?” vraagt C. die zelf nog nooit in Amterdam is geweest, maar er heel graag eens naar toe zou willen en meteen van de gelegenheid gebruik maakt om een plaatsje op mijn bank te reserveren.

“Het is lastig uit te leggen, maar ik voelde me er meteen thuis. De mensen zijn open en relaxed en ze communiceren heel direct, net als wij.” “Oh! Daar houd ik van!” roept C. uit “gewoon zeggen waar het op staat. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent!” “Misschien komt het door de geschiedenis, maar ik vind dat het qua sfeer heel erg op hier lijkt,” gaat T. verder “Om een voorbeeld te noemen: ze zijn daar ook heel erg bezig om oude industrie-terreinen nieuw leven in te blazen. Ik vond het NDSM-terrein wel een beetje op Red Hook lijken. En dat gebied bij café Roest heeft wel wat weg van DUMBO, qua sfeer dan.”

We proberen nog meer voorbeelden te bedenken, maar komen er zo één, twee, drie niet op en dus nemen we een slok van ons Belgische bier en praten we verder over andere onderwerpen. Maar vanmiddag werd ik ineens geconfronteerd met nog een pijnlijke overeenkomst. Verontwaardigd bel ik T. op: “het zadel is van je fiets gejat!” roep ik uit. Kletsnat sta ik in de stromende regen te stampvoeten bij de geleende fiets, die nog stevig aan een paal staat, alleen dan zonder zadel.

“Wees blij dat niet de hele fiets is gejat,” zegt T. laconiek “dat kostte waarschijnlijk teveel moeite.” Hij denkt hardop na: “Of ze dachten: laten we het netjes houden, een nieuw zadel kost immers niet zoveel, ongeveer 15 dollar” Ik grom wat. “Zie maar wat je doet, maar als je de komende maanden wil blijven fietsen in New York ben ik bang dat je een nieuw zadel moet kopen,” vervolgt hij. Natuurlijk wil ik blijven fietsen in New York en natuurlijk ga ik een nieuw zadel kopen, maar hoe zorg ik ervoor dat dit niet nog een keer gebeurt? “Je kan een zadel kopen die je met een ketting aan je frame vast kan maken, maar die zijn heel duur. Ik zou gewoon elke keer het zadel eraf halen en mee naar binnen nemen,”adviseert T. Wat?!

Ik besluit advies in te winnen van de fietsenwinkel om de hoek, Rolling Orange. Inderdaad, een Nederlandse winkel die oma- en bakfietsen verkoopt van een Nederlands merk. Ja, het wordt hier nog wel eens klein Amterdam. En als iemand verstand zou moeten hebben van ’t diefstal-bestendig maken van een fiets, dan is dat wel een Nederlandse fietsenmaker -lijkt mij zo. Wordt vervolgd.

Wyke Potjer
Geen reacties

Plaats een reactie