Top

I want you to be my guide

“De gids die morgen met je meekomt, is Nederlands toch?” K. wijkt geen moment van mijn zijde. Hij heeft een reisbureau in Singapore en organiseert studiereizen naar het buitenland, betaald door de regering. Dit keer heeft hij de verantwoordelijkheid voor 45 studenten en 4 leraren van de beste school van het land en hij wil koste wat het kost een goede indruk maken. “Als zij tevreden zijn over de reis die ik heb samengesteld, betekent dat gegarandeerd zoveel meer werk voor mij.” Nerveus probeert hij de situatie te overzien en alles onder controle te houden. “Nee,” antwoord ik braaf “Ik kom uit Nederland. M. is Amerikaans.” Hij knikt fanatiek en raakt even mijn arm aan “Ik dacht al: hoe kan een Amerikaans meisje zo knap zijn!”

K. had gerekend op een volle week met mijn gastmoeder B., maar zij moet een paar dagen naar Washington DC om daar een andere groep studenten rond te leiden (business is business) en dus neem ik het die dagen van haar over. Hij lijkt er niet gerust op, want ik mag dan wel knap zijn, maar ervaren ben ik niet. “We vertellen de groep niet dat ze nieuw is,” besluit hij. Mijn gastmoeder rolt met haar ogen “Waarom niet? Is er bij jullie nooit iemand nieuw?” “Nee, nee! Dit is de beste school van Singapore. Dit zijn de ministers van de toekomst. Die kan je niet opzadelen met iemand die nieuw is!” En dus word ik voorgesteld aan de groep kunststudenten als dé kunstexpert van het reisbureau. “Haar moeder is kunstlerares, ze heeft er kilometers musea opzitten. Dus bij haar zit je goed!” De groep knikt goedkeurend, ik hap naar adem en hoop vurig dat er geen lessen kunstgeschiedenis van mij verwacht worden.

“We gaan ook niet vertellen dat jij naar een andere groep in een andere stad moet,” zegt K. terwijl hij ons tegen houdt als we de bus in willen klimmen. “We zeggen vandaag niks en dan zeggen we morgen gewoon dat je ziek geworden bent.” Mijn gastmoeder heeft inderdaad een schorre stem, dus het lijkt een waterdicht plan, maar ze houdt niet van liegen en dus blijft K. de hele dag om ons heen cirkelen om te voorkomen dat we uit de school klappen. Ondertussen proberen we de groep van 45 studenten door het Museum of Natural History te loodsen, wat niet mee valt, want elke keer als B. “Let’s go!” zegt of “you gotta move out of the way, you’re blocking the exit,” blijft de groep stokstijf staan. Het geduld van B. begint op te raken.

“Het is niet alsof ze niet luisteren,” probeert K. uit te leggen. Hij heeft me apart genomen voor een les in Singaporese cultuur “Maar in Singapore wordt iedereen onderdrukt door de regering en dus durft niemand initiatief te nemen. Dus ze horen je wel, maar ze durven niet de eerste te zijn die in beweging komt.” Het is de braafste groep pubers die ik ooit gezien heb. Er wordt niet geschreeuwd, gevochten of gejoeld. Ze luisteren allemaal geconcentreerd naar de gids en trekken in elke zaal hun schetsblok tevoorschijn om hun reis vast te leggen in tekeningen. Ik ben onder de indruk van hun tekeningen. “Ze hebben talent!” zeg ik enthousiast tegen één van de leraren. “Nee, nee, ze moeten harder werken! Het kan veel beter!” zegt de lerares scherp. Haar Chinese accent maakt haar Engels soms lastig te verstaan.

In 2 dagen bezoeken de kids 4 musea. ’s ochtends het Guggenheim en ’s middags het Metropolitan. Eerst het Whitney en dan het Museum of Natural History. En overal worden ze vol gepropt met informatie. Ze geven geen krimp. Behalve als we in het Central Park gaan picknicken voor de lunch en ze op het gras moeten zitten. K. cirkelt nerveus om de groep heen: “Dit zijn de rijkste kinderen van Singapore. Het is echt belangrijk dat ze tevreden zijn en alles goed gaat,” benadrukt hij nog maar eens. Nu begint ook mijn geduld op te raken: “chill the f*** out,” wil ik roepen, maar de klant is koning en dus luister ik braaf naar zijn verhaal. “Ik word pas betaald als ik een positieve evaluatie krijg van de leraren”. En een positieve evaluatie betekent in dit geval dat geen enkele leraar ook maar iets op de reis heeft aan te merken. “Ik heb de hele reis uit mijn eigen zak betaald! Voor 49 mensen. Dat is veel geld. Als ze niet tevreden zijn, ben ik failliet! Dan ben ik mijn geld kwijt en krijg ik nooit meer een nieuwe opdracht!”

Als de groep wordt rond geleid in het Moma, neem ik K. mee naar Broadway om de tickets op te halen voor de show Once, die ze die avond gaan zien. “Hoe is het om in een land als Nederland te leven?” vraagt hij me, “Is het erg onveilig met al die drugdealers en criminelen?” Aha. Okay. Dit is dus wat ze over ons land vertellen in Singapore, waar het zelfs illegaal is om kauwgom te kauwen. Ik besluit K. op mijn beurt op een lesje Nederlandse cultuur te trakteren. Hij heeft nog nooit van een coffeeshop gehoord, maar knikt fanatiek.

Als K. en ik samen over 6th Avenue terug naar het museum lopen, komen we langs de set van The secret life of Walter Mitty met Ben Stiller, zijn favoriete acteur. Grappend zeg ik dat hij de groep waarschijnlijk beter niet kan vertellen dat hij hun held uit Night at the museum heeft gezien, omdat hij dan vast een slechte evaluatie krijgt –uit jaloezie. Hij kijkt me even onzeker aan, maar knikt dan goedkeurend: inderdaad, ik heb gelijk. En belangrijker nog: ik lijk de Singaporese cultuur eindelijk te begrijpen. Missie geslaagd. “The next time I am going to do a tour in NYC I want you as my guide! You’re good.”

Wyke Potjer
Geen reacties

Plaats een reactie