Top

I will be your guide today

“We willen graag de toegangspoort naar Chinatown zien,” de blonde gids buigt zich voorover en tikt met haar vinger op het dagprogramma. M. zet grote ogen op. Hij is al meer dan 4 jaar gids op de toeristische dubbeldekkers in de stad en zijn feitenkennis lijkt onuitputtelijk. Van de Nederlandse geschiedenis tot de woning van Bruce Willis, van Ground Zero tot het Equitable Life gebouw met de eerste personenlift en van het Waldorf Astoria (waar elke Amerikaanse president sinds Roosevelt ooit een keer gelogeerd heeft) tot de enige MacDonalds waar je van echte borden eet met echt bestek terwijl een pianist op een vleugel pingelt, alsof je in een poepchique restaurant zit. Het bestaat allemaal in NYC, maar een poort naar Chinatown: die bestaat niet.

Mijn gastmoeder B. heeft een eigen reisbureau. Ze leidt grote groepen studenten uit binnen- en buitenland door de stad, maar neemt in principe elke klus aan die zich voordoet. Haar optimisme is grenzeloos en dus gebeurde het dat ik na een paar weken in NYC (ik geloof drie) ineens tot gids werd gebombardeerd. En zo komt het dat ik samen met M. een groep Oostduitsers door de stad moet leiden. (“M. gidst, jij vertaalt.”) En hoewel mijn Duits lang niet zo vloeiend is als mijn Engels, denk ik dat ik er wel uitkom en zeg ik ja (het Amerikaanse optimisme is aantsteklijk).

We beginnen een beetje op verkeerde voet met elkaar: de Duitsers en wij. Wij wachten braaf om 13.00 uur bij het afgesproken hotel, wat niet het afgesproken hotel blijkt te zijn. Bovendien dachten wij de middag vrij te mogen invullen met een wandeltocht door de stad, maar het blijkt om een bustocht te gaan met een strak programma vol verplichte onderdelen. Als wij vrolijk instappen met de belofte er een gezellige middag van te gaan maken, kijken 20 Duitse gezichten ons onbewogen aan (of eigenlijk is ‘geirriteerd’ een beter woord). Er was geen redden meer aan.

Bij vertrek vertelt M. dat we richting 5th Avenue rijden, de straat die Manhattan van onder tot boven door midden deelt. Alles rechts van 5th is de East side, alles links ervan is de Westside. Het stratenplan zit vrij makkelijk in elkaar,want alles is genummerd, behalve in het oudste deel van de stad, in het zuidelijke puntje van Manhattan, onder Houston street: daar lopen de straten schots en scheef door elkaar en hebben ze namen in plaats van nummers. Tot zover het makkelijke deel.

We zijn amper een minuut onderweg als M. vertelt dat de foodtrucks en streetvenders echt bij het New Yorkse straatbeeld horen en naar zijn mening bovendien ’t lekkerste eten van de stad serveren. Dit is het moment waarop één van de Duitsers begint te roepen: “We willen niks over eten horen, we willen iets over New York weten!” Ik aarzel. Moet ik dit vertalen voor M.?

M. laat zich niet uit het veld slaan en gaat vrolijk verder als we de National Public Library op 5th avenue passeren: “Dit is de op één na grootste bibliotheek van Amerika, de grootste is de Library of Congress in Washington DC. Toen het in 1911 zijn deuren opende, had het maar liefst 121 km boekenplanken gevuld. Het heeft de grootste stripboeken collectie van de hele wereld. De leeuwen die je bij de ingang ziet staan, heten Patience & Fortitude”- WACHT! Wat zijn stripboeken in godesnaam in het Duits? Comic Bücher? Ja?! “Schön! Dan gehen wir weiter. Die Löwen die Sie gesehen hatten, sind genännt Geduld und Kraft.” Op dat moment komt dezelfde man, die net niets over eten wilde horen, naar voren. Hij vindt mijn Duits niet goed genoeg: “wir verstehen ja gar nichts davon…” -Ahum.

Goed, okay, mijn ego is lichtelijk geschaad, maar eerlijk is eerlijk: het overschakelen van Engels naar Duits verliep minder soepel dan ik had gehoopt en dus geef ik mijn microfoon mokkend aan hun Blonde gids. Ze is Nederlands, maar woont al meer dan 20 jaar in Amerika en leidt deze groep in 3 weken van Washington DC, via New York, naar de nationale parken in het Westen van t land. Het tempo is moordend. Voor de Big Apple hebben ze één dag de tijd en dus is een foto van de schutting bij Ground Zero genoeg: “het gaat er gewoon om dat ze op de plek zijn geweest, we hoeven niet echt wat te zien,” legt ze uit, want de 10 minuten lopen die we nodig hebben om naar een beter uitzichtpunt te komen, heeft ze gewoon niet.

En na het eten, mijn Duits en ground zero, is er nu dus de Chinatown-kwestie. “Goed, als er geen poort is zoals bij ons in San Fransisco, laat ons dan de Chinese tempels zien. De architectuur.” De ogen van M. worden nog groter. “De architectuur?!” Chinatown in New York is één van de oudste Chinese wijken buiten Azië en bovendien één van de grootste. Er hangen Chinese tekens aan de gevels. In het Columbus Park wordt ’s ochtends aan Tai Chi gedaan en ’s middags wordt er Mah-Jongg gespeeld en gegokt, terwijl muzikanten de Chinese strijkinstrumenten bespelen. Er zijn restaurants met Pekingeenden en varkenskoppen in het raam. Er zijn winkels met kikkers en schildpaden in teiltjes op de stoep. Overdag is het één van de levendigste wijken van Manhattan, waar volop onderhandeld wordt over koopwaar en bijna geen Engels gesproken wordt. Dit is het Chinatown van NYC. Je moet er doorheen lopen, je moet het proeven, ruiken, horen. En dat kan allemaal, maar een foto maken van een Chinese tempel: dat kan niet.

Onze Blonde gids wordt nu wanhopig: het staat in het reisprogramma, dus het moet gebeuren. “Dan moeten jullie ons maar naar iets brengen wat er op lijkt!” En dus stopt de bus op een hoek van Canal St. waar het dak van één gebouw in de punt omhoog krult. De Duitsers maken tevreden een foto voordat we verder rijden naar het UN-gebouw. Chinatown: check, done it, seen it, taken the picture!

Als we na een paar uur terug zijn bij het hotel, maakt de blondine er een punt van om ons uit te leggen waarom we geen fooi krijgen. “Deze mensen zijn normaal gesproken heel genereus. In Washington konden ze niet wachten om hun gids een fooi te geven. Maar vandaag kregen ze gewoon niet waar ze om gevraagd hadden: we wilden een Duitse gids en niet een gids met een vertaler, want dat werkt gewoon niet.” Ze keert zich naar mij: “als jij hier serieus carrière in wil maken, zou ik je willen adviseren om ‘conversational classes’ te nemen in het Duits. Dat heeft mij ook heel erg geholpen.” En tegen M. “Je moet meer brengen dan alleen droge feiten en jaartallen. Mensen zijn tegenwoordig heel ontwikkeld: ze zoeken alles op op het internet. Dan moet je met grappige feiten komen die daar niet te vinden zijn. –Het is echt een veeleisende baan. Geloof me: ik doe het al 20 jaar.” Beleefd nemen we afscheid.

En voor wat het waard is: ik heb wél genoten van de feiten die M. ons voorschotelde. Want ondanks ’t feit dat ik hier al 20 jaar regelmatig kom, weet ik nog lang niet alles. Maar ja, ik ben dan ook te lui om dingen te googlen als ik met een gids op stap ga 😉

Wyke Potjer
Geen reacties

Plaats een reactie