Top

Museumnacht

De eerste zaterdag van de maand kan je ’s avonds gratis naar ‘t Brooklyn Museum. Dat wil zeggen; tussen 18.00 en 22.00 uur ’s avonds. Het is een beetje een maandelijkse museumnacht, want in de hal bij de entree treden bandjes op, zowel klassiek als hiphop. Of eigenlijk: een combinatie van die twee, want terwijl een Aziatisch meisje zich suf zit te strijken op haar viool, is een blanke jongen aan het beatboxen op het ritme dat de bas aangeeft. Als je buiten staat, hoor je door de glazen voorpui de beats weerklinken.

“Het Brooklyn Museum ziet zichzelf een beetje als een ‘community museum’,” legt mijn vriend T. uit. “De mensen die in Brooklyn wonen, hebben zo’n gemengde achtergrond: de nieuwe tweeverdieners kunnen die 12 dollar entree makkelijk betalen, maar de mensen die er van oudsher wonen niet. En die moeten ook gewoon naar een museum kunnen om van kunst te genieten.”

Die 12 dollar entree valt overigens nog wel mee. De meeste musea in Manhattan zijn twee keer zo duur, zoals het Met en het MOMA. Er is nog iets met die entreeprijs aan de hand; ze noemen het hier heel eufemistisch een ‘suggested donation’. “Wat als je besluit om een andere donatie te betalen?” vraag ik T. Hij lijkt enigszins in de war van deze vraag. “Wat bedoel je?” “Nou stel ik loop het museum in en ik zeg: ik heb maar een tientje, sorry, meer kan ik niet doneren vandaag.” “Dat komt eigenlijk nooit voor”, besluit T. “Als je naar de balie loopt, noemen ze gewoon de entreeprijs, dus ik weet niet zeker hoe ‘vrijwillig’ het is. Wil je die prijs niet betalen, dan ga je naar de maandelijkse vrije zaterdagavond.”

En hier staan we dus, bij de expositie van Keith Haring, de ‘streetartist’ die het schopte tot erkende kunstenaar met echte exposities. Terwijl hij nog leefde al, want hij is in 1990 aan AIDS overleden. Maar deze expositie gaat over zijn beginjaren (1978-1982) en naast tekeningen en schilderijen zijn er dus ook reclamezuilen te zien, die rechtstreeks uit de metrogangen gehaald zijn en nu een beetje misplaatst achter glas zijn gezet.

“Zie, ik ben opgegroeid in New York. Ik ken zijn werk nog van vroeger: in de metrogangen, maar ook van gebouwen in Soho en de East Village. Ik vind het een beetje raar om daarvoor naar een museum te gaan,” zegt C. Ze gaat dus niet mee, maar T’s vriendin T. had nog nooit gehoord van Keith Haring en is dus wel benieuwd. Uiteindelijk vindt ze het een beetje saai: zoveel zwart-wit en bovendien zo vaak dezelfde figuren, maar T. zelf is onder de indruk. En de dikke rijen mensen die door de zalen schuifelen, poseren zelfs voor zijn schilderijen, zoals je voor het Vrijheidsbeeld poseert voor een foto.

Ik zelf ken Keith Haring vooral van de foto van Anton Corbijn, die ik vroeger al op mijn kamer had hangen en die nu nog steeds te bewonderen is op mijn museummuur (mijn museummuur bestaat uit ansichtkaarten van musea waar ik ben geweest en dat zijn er nog al wat, want ik werd als kind al regelmatig meegenomen…dat krijg je als je moeder schildert.).

Volgende maand ga ik naar de gratis vrijdagavond van de Neue Galerie in Manhattan. Daar is Klimt te zien, één van mijn favorieten.

Wyke Potjer
Geen reacties

Plaats een reactie