Top

In the summer, in the city

De hitte slaat tegen het asfalt en lijkt niet meer terug naar boven te kruipen. Het is nog niet eens juni, maar hier is het dan: de zomer van New York. Als een warme deken ligt het over de stad. Vanaf nu zal de temperatuur langzaam richting ondraaglijk kruipen. En dus is het tijd om de ramen dicht te timmeren en de airconditioning te installeren. Binnen versus buiten, koele lucht versus frisse lucht. De eerste wint, want er is weinig fris aan nachten van 30 graden…

Mijn studiootje in Brooklyn Heights heeft, net als de meeste appartementen in New York trouwens, geen buiten. Ook niet in de vorm van een brandtrap waar je (illegaal) een frisse neus kan halen. Een open raam was alles wat ik had en nu die dicht getimmerd is, snak ik naar ‘buiten’, naar een plek waar ik in de schaduw een boek kan lezen, mijn lunch kan eten, mensen kan bekijken of gewoon voor me uit kan zitten staren naar het groen onder de strakblauwe hemel.

Iedere New Yorker heeft zijn favoriete park. Mijn vriend T. houdt bijvoorbeeld het meest van Prospect Park: het grootste park van Brooklyn en ontworpen door hetzelfde duo als Central Park op Manhattan: Olmsted & Vaux. Het schijnt dat dit duo trotser was op Prospect Park dan op Central Park, vooral omdat ze bij het ontwerpen hiervan minder restricties hadden, zoals de verplichte rechthoekige vorm. Maar er zijn ook mensen die beweren dat Central Park simpelweg de generale repetitie was voor Prospect Park, waar de echte perfectie pas om de hoek kwam kijken. Die mensen zijn overigens meestal Brooklyners, maar dit terzijde. De New York Times waagde in 2008 een artikel aan Central Park vs. Prospect Park, leuk om te lezen.

Mijn huisbaas P. houdt het meest van Brooklyn Bridge Park. Dat ligt 2 minuten lopen van ons huis aan de East River en geeft (net als de Brooklyn Heights Promenade) een prachtig uitzicht op het Vrijheidsbeeld en de skyline van Manhattan, met daarin de nieuwe Freedomtower (“niemand noemt die toren zo,” zei M. van de week licht geirriteerd. Hij is geboren en getogen in New York en heeft 4 jaar lang als gids op de toeristenbussen gewerkt. “We noemen het gewoon het nieuwe WTC.” – waarvan akte.)

Brooklyn Bridge Park is een park dat nog in aanbouw is. De helft bestaat nu dus nog uit grote betonvelden, die in de herfst van dit jaar omgetoverd moeten zijn in een mengeling van openbare sportvelden en tuinen. Het deel dat al wel af is, ligt er inderdaad prachtig bij, maar ik moet zeggen dat de drukte van de Queens-Brooklyn Expressway achter je en de razende metrotreinen op de Manhatten Bridge boven je toch een rust verstorende factor vormen waar ik niet helemaal aan kan wennen.

Nee, mijn favoriete park is toch eigenlijk wel de High Line: een park gebouwd op een verhoogde oude spoorweg, ontworpen door de Nederlandse landschapsarchitect Piet Oudolf. Toen ik de ontwerptekeningen zag op een expositie in het MOMA in 2005 was ik al enorm enthousiast, maar toen ik het park in 2009 voor het eerst in het echt zag, werd het in één klap mijn favoriete buitenplek.

Het park slingert 1,6 km lang vlak langs ramen en balkons van appartementen, onder het Standard Hotel door, langs ligstoelen via een tribune met uitzicht op de weg onder je naar 30th street, waar de foodtrucks je opwachten (als je mazzel hebt). Het is bijna alsof je boven de stad zweeft en dus echt even bent los gekoppeld van de drukte daar beneden, terwijl je je tegelijkertijd nog nooit zo verbonden hebt gevoeld met de stad als hier; zo dichtbij zijn de gebouwen, zo industrieel is het ontwerp: de rails, de wilde planten die het lijken te overwoekeren, maar toch echt aangelegd zijn langs een keurig pad…

Eén nadeel heeft de High Line wel: het park is zo nieuw dat de bomen nog niet echt uitgegroeid zijn tot fijne schaduwplekken. Heet dus, deze zomer…

Wyke Potjer
Geen reacties

Plaats een reactie