Top

Zaza, the sequel

Soms hoop ik vurig dat met het negeren van een probleem, het probleem ook daadwerkelijk verdwijnt. Ik geef onmiddellijk toe: dat is een tikkeltje kinderlijk (doe je ogen dicht en je bent er niet, dat idee), maar in theorie had het in het geval van Zaza ook echt kunnen werken. Het beestje was immers ergens uitgeklommen, dus zou het langs diezelfde weg ook weer kunnen verdwijnen. En omdat ik Zaza na ons nachtelijk gesprek al een paar dagen niet meer had gezien, was ik zijn (mogelijke) aanwezigheid eigenlijk al weer vergeten. Tot gisterochtend: Zaza bleek niet alleen gegroeid, maar hij kon nu ook vliegen…

Voordat ik verder ga, zijn er twee dingen die je moet weten: ik ben een lichte slaper en ik ben geen ochtendmens. Dat wil zeggen: ik heb niet zozeer last van een ochtendhumeur, maar mijn brein lijkt altijd een uur later wakker te worden dan mijn lijf. Dus als het even kan, lig ik vaak minutenlang gedachteloos naar het plafond te staren voordat ik mijn benen het bed uit slinger en een kopje thee ga maken.

Goed, in dat kader werd ik om 6.00 uur ’s ochtends wakker van een groot beest dat geruisloos langs mijn plafond vloog, op de gordijnrails landde en daar een tijdje heen en weer wandelde, alsof het de dood normaalste zaak van de wereld was. Langzaam begon mijn brein te verwerken wat mijn ogen al lang geregistreerd hadden: er was een beest, van zo’n 4 centimeter groot, donker, dat kon vliegen en dus vast niet voor altijd op veilige afstand daarboven zou blijven zitten. Vanuit de verte kwam de stem van de Nederlandse S. naar de oppervlakte golven: “het meeste haat ik nog de kakkerlakken die kunnen vliegen!” Mijn ogen verwijdden zich: Zaza!

Net op het moment dat de verontwaardiging in mij naar boven kwam borrelen, nam Zaza een duikvlucht vanaf de gordijnrails naar beneden om op mijn kussen te landen. Precies op de plek waar mijn hoofd een microseconde geleden nog gelegen had, maar zich in een reflex nog net op tijd had terug getrokken. Ik stond nu naast mijn bed, klaarwakker, en staarde naar de enorme kakkerlak die mij op een haar na gemist had en nu doodleuk met zijn voelsprieten de nog warme plooien van mijn kussen aftastte. “Really?! Zaza! You had to get personal?!”

Het duurde even voordat ik in beweging kwam en het lucifersdoosje uit de badkamer haalde, waar hij was blijven liggen na ons vorige avontuur. Zaza was inmiddels van mijn bed naar het keukenblok gevlogen en scharrelde nu rond op het deksel van een pan. In een snelle beweging legde ik het doosje over zijn lijf en rende met pan en al twee trappen naar beneden om daar met veel kunst- en vliegwerk de deur te openen, zonder de grip op het doosje te verliezen. Voorzichtig zette ik de pan op de stoep en tilde het doosje op. Simsalabim: er zat geen Zaza meer in….

Daar stond ik dan, buiten op de stoep, om 6.00 uur ’s ochtends, in mijn dunne nachthemd, lichtelijk ontgoocheld. Essentiële vraag in deze kwestie was natuurlijk: waar op de route was ik Zaza kwijt geraakt? Oftewel: was dat binnen of buiten mijn appartement?

Terwijl ik over deze vraag nadacht, stapte mijn huisbaas M. de gang op (een man van rond de 70 met een iets te dikke buik en een onverklaarbaar Texaans accent – want geboren en getogen New Yorker). Hij staarde me aan. “Ik probeer een vliegende kakkerlak te vangen, “ probeerde ik mijn enigszins verwilderde verschijning uit te leggen (haren half in een staart, pan in de hand, nachthemd aan, blote voeten). Het was een tijdje stil, voordat hij antwoordde: “ik weet niet of het zo’n goed idee is om in een sexy nachthemd de trappen op en af te rennen.” – Right. Alsof ik voortdurend in deze staat door het trappenhuis fladder. Bovendien lagen mijn prioriteiten iets anders deze ochtend: er vloog een kakkerlak door mijn kamer!!!

Daarover gesproken: wat te doen als Zaza terug zou komen? Mijn vriend T. vond dat het tijd werd voor drastische maatregelen. “Ik waardeer je vredelievendheid, maar een kakkerlak moet gewoon dood.” Zijn vriend H. voegde hieraan toe: “helemaal als je bedenkt dat ze 26 ziektes bij zich dragen.” Ook M. deelde die mening: “Gewoon dood trappen,” zei hij. “Nee, nee: dat is geen goede methode, want de vrouwtjes legen eitjes als je ze verplettert,” zei T. “je pakt ze op met een wc-papiertje en knijpt ze dan dood.” Mijn vriendin A. schudde haar hoofd “Gadverdamme, die beesten zijn best groot, dan voel je echt alles kraken tussen je vingers. Je moet ze gewoon door de wc spoelen.” “Of,” zei H, “Je zet gewoon een doorzichtige beker over ze heen, dan stikken ze vanzelf. Wel iets zwaars op die beker leggen, want die m*****f****** zijn nog best sterk!”

En zo gebeurde het dat ik én een doorzichtig bekertje én een vel keukenpapier naast mijn bed legde voor het geval dat. En voor de zekerheid mijn huisbaas M. ook nog eens vroeg om maatregelen te nemen. Gewapend met een bus gif nam hij mijn appartement onder handen, terwijl hij nog één keer opmerkte dat het niet zo’n goed idee was om in een blauw niemanddalletje door de gangen te rennen “Ik weet dat je Europees bent, maar hier in Amerika zijn we daar niet aan gewend.” Echt, M?! Echt?! Heb je ooit wel eens om je heen gekeken in de metro?

-Hoe het ook zij: Zaza heb ik niet meer terug gezien sindsdien. Afkloppen!

Wyke Potjer
Geen reacties

Plaats een reactie